Historie

Bijna driehonderd jaar geleden kwam Karst Karsten op het idee om bezoekers van de grote paardenmarkt in Norg een borreltje te serveren en hen desgewenst onderdak te bieden in één van zijn bedsteden.  Dit werd door volgende generaties voortgezet, zodat er in 1925 op de plek van de oude boerderij een hotel werd gebouwd. Hotel Karsten.

De kerk van Norg

Het esdorp Norg is gelegen in het oude dingspil Noordenveld, waarvan de grenzen ongeveer samenvielen met die van de oerparochie Vries of Arlo. Was Drenthe, zoals de naam zegt ooit in drie landschappen verdeeld, later werden het zes dinspillen, waarvan men dus denkt dat het de oudste parochies zijn.   Gaandeweg werden de dingspillen opgesplitst in kerspelen, de kerkelijke en wereldlijke organisaties, die de voorlopers waren van de in het begin van de negentiende eeuw gevormde gemeenten.  De kerk van Norg, ooit gewijd aan de H. Margaretha, de vrouwelijke tegenhanger van St.Joris, was dan ook gesticht vanuit Vries.

De huidige kerk werd in de dertiende eeuw gebouwd, maar blijkens een oorkonde had het kerspel reeds in 1139 een eigen Godshuis. De restaurantie van 1967 tot 1971 bracht zelfs resten van twee vroegere houten bouwwerken aan het licht, waaronder het bouwwerk van 1139.   Het gebouw is een bakstenen zaalkerk met een halfrond gesloten koor, gebouwd op de plaats van de houten voorgangsters.  In de jaren 1969-1971 werd de kerk gerestaureerd en gereconstrueerd.

Vertoont het koor romano-gotische stijlkenmerken, het schip heeft nog romaanse trekken evenals de koud tegen het schip gebouwde toren die het oudst is. De zadeldaktoren heeft op halve hoogte aan drie zijden opvallende witgepleisterde rondboognissen met daarin gekoppelde rondboogvensters, gescheiden door zandstenen zuiltjes.  De galmgaten zijn evenals de westingang rondbogig, een sluitsteen boven de ingang vertoont het wapen van de Ripperda’s.

Het schip kreeg bij de restauratie de rondbogige vensters terug die in de negentiende eeuw waren vervangen door grote spitsboogvensters. Ook werden in de noord-, zuid- en westmuur, een aantal kleine laaggeplaatste vensters teruggevonden en gereconstrueerd.  Het zijn vensters die waarschijnlijk licht wierpen op altaren en andere zaken die devotie waard waren.   De zware steunberen uit de negentiende eeuw bleven gehandhaafd, terwijl de eveneens in de negentiende eeuw dichtgezette zuidingang weer werd geopend.  De kerk is nooit overwelfd geweest hoewel er aanzetten zichtbaar zijn.

Het rondgesloten koor heeft nog de originele oude vensters. In de noordmuur van het koor herinneren moeten aan een ooit aangebouwde en later weer afgebroken sacristie of grafkamer, die in 1628 nog aanwezig was.  De deur op het koor gaf toegang tot dit bijgebouw. Aan de zuidzijde bevindt zich de priesteringang.

Het koor heeft een koepelgewelf in romano-gotische trant met vier ronde ribben en vier geschilderde schijnribben die bijeenkomen in een geschilderd rozet rond een sluitring, waarin een schildering van de duif, het symbool van de Heilige Geest.  Deze dertiende eeuwse afbeelding, de oudste schildering in Drenthe, wordt omgeven door het randschrift VENI SANCTE SPIRITUS + DIVI DONI ORIGO, hetgeen betekent: “Kom Heilige Geest, van Goddelijke oorsprong”.  Afbeeldingen van graankorrels en wijnranken sieren de muraalbogen van het koorgewelf.

In de koorwanden zijn negen nissen, waaronder priesterzetels, een piscina en een sacramentshuis.  Links en rechts van de triomfboog zijn altaarnissen.  Het smeedijzeren deurtje dat het sacramentshuis afsluit, is een kopie van een vroeg zestiende-eeuws exemplaar uit de kerk van Zweelo.

De oudste interieurstukken vormen twee vonten, die na veel omzwervingen, na de restauratie weer in de kerk zijn geplaatst.  In de hal staat een wijwatervat, in de twaalfde eeuw vervaardigd uit grauwe zandsteen en versierd met profielranden en arcaden, het beschadigde voetstuk laat nog resten van klauwen zien.  Op het koor staat het doopvont van Bentheimer zandsteen uit de dertiende eeuw, waarvan de kuip versierd is met touwranden, wijnranken en andere plantmotieven.  Ook hier is de voetplaat beschadigd en zijn de vier figuren op de hoeken verdwenen.  Wellicht waren dat mensfiguren zoals op de doopvonten te Vries en Zweelo.  Een aantal grafzerken die ooit op het koor lagen, liggen nu binnen de dooptuin.  Een kleine zandstenen zerk herinnert aan “Pastorr tot Norch”, Bernardus Johannes Crijte, de laatste priester en de eerste predikant van het dorp.

De eiken preekstoel werd door Dirk Jansz. Bijmolt vervaardigd en geplaatst in 1678 waaraan een opschrift in de kuip herinnert: “1678 Den 14 Juny Gesett / Als Pastoor was Dn Martinus Croons”.  De panelen van de zeshoekige kuip laten de symbolen van Geloof, Hoop en Liefde zien, tussen bloemen, druiventrossen en kransen.  Het voorste paneel vertoont een lauwerkrans, een open bijbel met de tekstaanduiding Jac.1:22, waar staat: “Zijt daders des woords en niet alleen hoorders”, verder een waakzame haan en een brandend wierookschuitje.  Het eiken offerblok dateert blijkens een inscriptie uit 1661, het geelkoperen doopbekken gedragen door een smeedijzeren houder dateert uit het laatst van de zeventiende eeuw.  De schultbank is zeventiende-eeuws, de dooptuin werd in 1800 vervaardigd, de banken voor de kerkgangers dateren uit 1837.

Het orgel, volgens het opschrift “Geschenk van Marchien Martens te Zuidvelde, ter nagedachtenis van wijlen hare broeders Egbert en Engbert Martens”, werd ingewijd door Ds. R. Beunk op 4 oktober 1896.  De Fa. Friedrich Leichel en Zoon vervaardigde het instrument.  De luiklok werd in 1655 door Wilhelmus Jacobus de Vrij gegoten.

Uit;   Stichting Oude Groninger Kerken, december 2010